‘ROES’ brengt flitsende columns als theater
2010-07-02
THEATER Roes door Firma MES. Tournee t/m 20/6 3 sterren
Het decor staat vol met levensgrote sterren van de laatste decennia: Brigitte Bardot, de stoere Marlboro Man, en het opgewekte, uit autobanden gestapelde Michelinmannetje. In Den Haag presenteert het jonge theatergezelschap Firma MES zich met de voorstelling Roes, geschreven door Hanna Bervoets, columniste van Volkskrant Magazine. Regisseur Thomas Schoots las enkele van haar vaak scherpzinnige columns en vroeg Bervoets een theatertekst te schrijven. Er zitten treffende oneliners in haar tekst, zoals: “Iedereen die geen kinderen heeft, heeft ongeboren kinderen.” En: “We vechten niet tegen de tijd, iedereen vecht tegen de spijt.” Dit klinkt serieus, maar dat is Roes niet. Woorden als geestig, snel, navrant en provocerend passen beter. Kostuums en speelstijl hebben iets uitzinnigs. Drie jongeren brengen een nacht door in een disco, waar ze strijden om de meeste aandacht.
Met Roes heeft het gezelschap een nieuw toneelgenre uitgevonden, dat van het columnistentheater: snelle, flitsende columns gebracht als theater. Er zitten sterke scènes tussen en minder sterke, dat is het risico van deze open, losse vorm zonder een verhaallijn. Het is de internetgeneratie die aan het woord komt met als kenmerk de vluchtigheid en snelheid van alles, zowel wat betreft gesprekken en contacten. Zodra Bervoets de snijdende ironie toelaat, zijn haar teksten het best. Soms missen ze doel en dan is het vooral de regisseur die met bizarre vondsten de scènes pimpt, zoals verblindend oranje licht, danspassen en karikaturale mimiek.
Geschreven door Kester Freriks - NRC next
Het ultieme nu
2010-07-02
Ze mogen doen wat ze willen, want het enige dat telt, is dat ze gelukkig zijn. Toch zijn veel twintigers angstig en onzeker. In het theater laten makers van die leeftijd zien wat de erfenis van hun vrijgevochten ouders hun heeft opgeleverd. Iedere generatie is ongelukkig op zijn eigen wijze. In het theater dit seizoen betreuren de babyboomers hun vervlogen idealen en zwaarbevochten vrijheden, die nu vooral ongebreideld materialisme lijken te voeden, in bittere komedies als mightysociety7 van Eric de Vroedt en Poeskafee van Gerardjan Rijnders (vanavond in première bij het RO Theater). Hun kinderen, een nieuwe generatie twintigers, staan inmiddels ook op het podium. In minstens even bittere komedies laten ze zien wat de erfenis van hun vrijgevochten ouders hun heeft opgeleverd. Hoe deze ooit belangrijk lijkende idealen niet per se ook het geluk van een jongere generatie inhielden.
In Late avond idealen van Sanne Vogel (1984) bijvoorbeeld, waarin de theatermaakster ‘een generatie die van alles vindt, maar weinig doet’ opvoert. De Vlaamse Casper Vandeputte (1985) maakte onlangs bij Het Huis van Bourgondië de voorstelling Oh my God, it’s a horse, waarin hij zich afvroeg of de vruchten die zijn leeftijdsgenoten plukken van de ontkerkelijking en ‘het geloof in een eigen zelf’ wel zo zoet zijn. Toneelgroep Oostpool speelt nu de poëtische theatertekst Er moet licht zijn van Hannah van Wieringen (1982) over vijf jonge mensen die hun zorgeloze feestgedrag onder de loep leggen. En schrijfster en journaliste Hanna Bervoets (1984) maakt later dit seizoen bij het Haagse groepje Firma Mes haar toneeldebuut met de tekst Roes, over een door roem geobsedeerde YouTube-generatie die jong is en wat wil. Maar wat wil ze dan?
Feesten, zo blijkt uit deze voorstellingen. Het uitgangspunt van een groot deel ervan is hetzelfde: een hechte vriendengroep maakt zich op, bevindt zich midden in, of ligt bij te komen van een intens festijn. Dat kan een verkleedfeest zijn, een modeshow of een nachtclub. Als je er maar kan dansen en drinken.
‘Op de dansvloer creëert iedereen zijn eigen identiteit’, zegt Hanna Bervoets. In Roes bezoeken personages Aya, Bo en Venus een club. ‘Ze verkeren de hele nacht in een Alice in Wonderland-achtige roes, waarin ze fantasiefiguren ontmoeten die hen met zichzelf confronteren. Alle drie weten ze niet wat ze willen in het leven. Dit maakt hen angstig en onzeker. Maar deze angst is tegelijkertijd het enige dat hen bindt.’ Ze vertelt dat de pas afgestuurde acteurs van Firma Mes (onder andere Daan van Dijsseldonk en Roos Eijmers) een voorstelling over ‘het ultieme nu’ wilden spelen. Al gauw kwamen ze toen bij haar uit. Met als uitgangspunt een artikel in het Volkskrant Magazine, ‘Wat zijn wij eigenlijk ontzettend leuk’ over de M.U.L.T.I.S.E.X.I.-feesten in de Amsterdamse nachtclub Studio 80, schreef ze toen Roes, haar eerste toneeltekst. ‘Denk: Gimmick van Joost Zwagerman meets David Lynch meets Alice-in-Wonderland-on-acid.’ Het vele uitgaan van haar personages noemt ze geen vlucht, maar juist een zoektocht naar wie ze zijn. Tijdens de roes wordt duidelijk dat in ieder van hen iets paradoxaals schuilt. Ze verduidelijkt: ‘Kunstenaar Bo maakt kunst waarmee hij iets wil zeggen. Maar eigenlijk heeft hij helemaal niets te zeggen. Zelfverklaard superster Aya probeert beroemd te worden via Internet (met Lady Gaga als idool), maar ze weet niet wie ze is. En Venus werkt in een café, maar als iemand haar vraagt wat ze doet, zegt ze dat ze ‘eigenlijk’ singer-songwriter is. Ze is het cliché van de Twijfelende Twintiger. Uiteindelijk moeten de personages zich met deze tegenstellingen zien te verzoenen. Het zijn problemen waar ik leeftijdgenoten mee zie worstelen: keuzestress, een hang naar roem en de bijbehorende faalangst.’ Niet iedereen is zo negatief. Onderzoekers Jeroen Boschma en Inez Groen schetsen in hun boek Generatie Einstein, slimmer, sneller en socialer (2006) een ander beeld. Deze generatie Einstein, geboren in de jaren tachtig en opgegroeid na de val van de Berlijnse muur, doorziet volgens hen kapitalisme en commercie (vandaar het ‘slimmer’ in de titel), gebruikt moderne communicatiemiddelen en multimedia zonder aarzelen (vandaar sneller) en onderhoudt met gemak grote netwerken, waardoor ze veel minder individualistisch leeft dan hun ouders die vooral bezig waren ‘zichzelf’ te ontdekken (socialer). Ze is opgegroeid met de vanzelfsprekende aanwezigheid van een prima verzorgingstaat, geen gebrek aan geld en veiligheid. Religie en rebellie zijn een keuze. Alles is mogelijk. De theatermakers vragen zich in hun werk af hoe blij we met die uitkomst moeten zijn. Volgens hen lopen al deze hedendaagse Einsteinen juist rond met een groot schuldgevoel over een gebrek aan liefde en geluk in een wereld die er juist voor gemaakt lijkt te zijn om daar ongelimiteerd in te voorzien. In hun zwartkomische voorstellingen laten ze een tobbende generatie zien, op zoek naar idealen en liefde.
In Hannah van Wieringens Er moet licht zijn vragen de jonge personages, een vriendengroep, zich af wat hen bindt. Van Wieringen: ‘Ze gaan al jaren naar feestjes. Ze leven maar door. Maar als een van hen zich openlijk afvraagt waarom het eigenlijk zo vanzelfsprekend is dat ze iedere keer weer samenkomen om naar een of ander verkleedfeest te gaan, staan de anderen erbij en kijken ernaar.’ In de voorstelling van Oostpool, geregisseerd door Marcus Azzini, balanceren de vijf acteurs (onder andere Sanne den Hartogh en Maria Kraakman) op een speelvloer van duizenden wijnflessen. Het verbeeldt de onzekerheid waarmee ze in het leven staan. En dat ze flink aangeschoten zijn. Hoofdpersoon Sanne wordt op een namiddag wakker om zich te realiseren dat zijn buitensporige feestgedrag niks heeft bijgedragen aan zijn leven. Hij dwingt zichzelf en zijn vrienden tot introspectie. ‘Dat is ouder worden,’ zegt Van Wieringen. ‘Sanne realiseert zich dat hij alleen maar voor zichzelf heeft geleefd. Hij wil graag geloven in iets dat groter is dan zichzelf. Dat verklaart Er moet licht zijn. Licht staat voor iets om aan te hangen of in te geloven. De vraag is dan: waarin? Nu de kerk is verdwenen.’ Ze denkt dat iedere twintiger op een gegeven moment te maken krijgt met het besef dat hij of zij nergens in gelooft, niet alleen twintigers van nu. ‘Alle mensen die jong zijn bekijken hun leven en realiseren zich dat het niet van waarde is, of wat ze zich ervan hadden voorgesteld. Dat is normaal. Dat omslagpunt, van jeugd naar volwassenheid, probeer ik te schetsen.’
Liefde, dat is volgens haar het antwoord. ‘Alleen maken velen daarin een tragische denkfout. Veel mensen denken dat liefde een Hallmark kaartje is, heel eenvoudig te verkrijgen en als het niet lukt, kan je weer snel iemand anders vinden. Het gaat hen om het plaatje dat bij liefde hoort, met de rozen en andere clichébeelden. Dat is een egoïstisch idee van liefde dat niet over de ander gaat, maar puur over mij, over hoe mijn plaatje eruit ziet.’ Dat is volgens de schrijfster wel iets wat bij de hedendaagse jongeren hoort. ‘Duurzame liefde is schaars in onze generatie. Want al het andere is zo makkelijk te verkrijgen. Er moet licht zijn gaat over bezieling, enthousiast worden omdat je ergens moeite voor moet doen. Sanne ziet in dat die bezieling afwezig is in zijn leven en dat van zijn vrienden.’
Voor ons is alles mogelijk en iedereen altijd bereikbaar,’ zegt ook theatermaakster Sanne Vogel voor aanvang van een repetitie van haar voorstelling Late avond idealen. ‘We wonen in huizen met ingebouwde stoomovens. Als ik iemand bel of mail en die persoon antwoordt me niet binnen een dag, kan ik ervan uitgaan dat die mij negeert.’
‘Onze generatie heeft last van te veel kunnen kiezen. Ik merk het zelf, ik voel me overwerkt. Ik kan geen nee zeggen tegen leuke projecten: tv, theater of film. Dat gevoel wil ik ook in deze voorstelling terug laten komen. Daarom wil ik dat het publiek overgoten wordt met beelden, mogelijkheden en loze gesprekken.’
Late avond idealen is volgens Vogel ‘een glossy voorstelling.’ Het publiek zit net als bij een modeshow aan weerszijden van een soort catwalk. Daarop etaleren de acteurs (onder ander Wouter Zweers, Terence Schreurs en Georgina Verbaan) een keur aan teksten, verhalen, liedjes en dansnummers. Het moet ook hier een feestje worden. Naast Vogel zelf, hebben schrijvers als Don Duyns en Arjen Lubach, maar ook de acteurs nieuwe teksten aangeleverd. ‘Het is een montagevoorstelling over het idealisme van mijn generatie, of althans een deel daarvan: de acteurs, theatermakers en creatievelingen waartussen ik me bevind. Wat ik herkende, was dat we overdag allemaal idealen hebben – over dieren, het milieu of de liefde – maar kom je ’s nachts met zijn allen van een feest en alleen de McDonald’s is nog open, dan hoor je daar even niemand meer over.’ Tijdens het maken van de voorstelling liep ze al gauw op tegen enkele gewetensbezwaren. ‘Hoeveel arme kinderen kun je niet te eten geven van al dat subsidiegeld? Daarnaast gebruiken we het goedkoopste en dus minst duurzame hout dat er is, zodat we een groot decor kunnen bouwen. Op het toneel staat een boom, een symbool voor de duurzaamheid die we proberen na te streven. Maar dat ding is aan de binnenkant helemaal van een type plastic dat ontzettend slecht schijnt te zijn voor het milieu. Als je dat weet, lijkt wat we doen zo onzinnig.’ ‘Of neem oorlog. Wat kan je erover zeggen als je het nog nooit van dichtbij hebt meegemaakt? We doen een monoloogje over de Tweede Wereldoorlog en iemand roept over snoeiharde muziek dat we eigenlijk naar Palestina moeten gaan om daar vrede te stichten. Dan doen we weer een dansje.’ Door alle tegenstrijdigheden en twijfels in de voorstelling te benoemen, is deze minder feestelijk uitgevallen dan ze in eerste instantie voor ogen had. Maar het is de enige manier waarop ze Late avond idealen had kunnen maken. ‘Uiteindelijk maak ik de voorstelling omdat ik dat leuk vind. Dat is egoïstisch, ja, maar anders kan je niks meer doen. Ik ben blij dat ik een geweten heb en geen bontjas kan dragen, maar ik ga wel met de auto naar de sportschool om te sporten in een warmtecabine. Dat doe ik omdat ik vind dat ik daar recht op heb. En ik hang mijn hele huis vol met spaarlampen, maar die laat ik heel de nacht aan omdat mijn cavia anders zo zielig in het donker zit. Over dat soort tegenstellingen denk ik vaak na. Tegelijk word ik er verdrietig van. Ik dacht dat deze voorstelling een feestje zou worden, maar het lijkt nu soms meer op een verdrietige afterparty.’
Toch is het absoluut geen veroordeling van haar hele generatie. ‘Ik ben daar maar een klein onderdeel van. Mensen die bij de Hema werken ken ik niet. Ik ken alleen een klein groepje dat artistiek is of kan nadenken. Daarover gaat het.’ Ook Bervoets benadrukt dat de meeste twintigers in Nederland waarschijnlijk een totaal ander leven leiden dan de jongeren in haar tekst. ‘Ik bevind me nu eenmaal in een Randstedelijk subcultuurtje. Iemand van 25 die op zijn zeventiende het MBO heeft afgerond, nu al vijf jaar manager van een winkel is en een vrouw en twee kinderen te onderhouden heeft, denkt bij het zien van dit stuk waarschijnlijk: Wat de fuck, waar gáát dit over?’ Maar luxeproblemen zijn ook problemen, vindt Bervoets. Juist het besef dat we ons alleen maar druk hoeven te maken om een luxeprobleem, zadelt ons op met dat schuldgevoel. Om haar heen ziet ze verschillende mensen die met de zogenaamde ‘twintigersdip’ kampen en zelf wordt ze ook nog wel eens overvallen door fundamentele twijfels. ‘We mogen doen wat we willen, want het enige dat telt, is dat we gelukkig zijn, aldus onze ouders. Toch zijn veel twintigers angstig en onzeker. Want wie er ondanks de onbeperkte mogelijkheden niet in slaagt zichzelf gelukkig te maken, heeft gefaald. Wie ongelukkig is, heeft zijn opties immers niet goed benut. Maar welke keuze leidt uiteindelijk tot een lang en gelukkig leven?’
Geschreven door Vincent Kouters - Volkskrant (voorpublicatie)
Firma MES sleept je mee in hun ROES
22 – 05 – 2010
Roes is de tweede voorstelling van het nieuwe Haagse theatergezelschap Firma MES. Roes is een absolute aanrader voor iedereen die weet wie Lady Gaga is en een amitieus uitgaansleven heeft, en voor mensen die van plan zijn naar China te gaan als tussenjaar.
Jong, nieuw en actueel theater Volkskrant-columniste Hanna Bervoets schrijft met ROES een pakkende theatertekst over haar eigen generatie jongvolwassenen die op zoek is naar zichzelf en een boodschap om te verkondigen. Maar hoe weten deze individualisten wat ze over de wereld te zeggen hebben, als zij voortdurend vluchten in de extase van het metropolische uitgaansleven? Ze zijn jong en ze willen wat. Wat ze precies willen, weten ze niet. Biedt de roes tijdens het stappen hen troost? Deze vraag ontpopt zich tijdens de voorstelling van Firma MES. Een confronterende vraag voor degenen die zichzelf gespiegeld zien in de personages.
Het Haagse theatergezelschap debuteerde vorig seizoen met de locatievoorstelling Eb. Nu spelen ze in de grote zaal van Theater aan het Spui en halen alles uit de kast. Firma MES bestaat uit vier jonge theatermakers die in 2008 samen afstudeerden aan de Toneelacademie Maastricht. Daan van Dijsseldonk, Roos Eijmers en Lindertje Mans spelen in ROES drie twintigers tijdens een (standaard?) avondje uit. Schrijfster Bervoets voert drie tot in het extreme doorgetrokken, maar herkenbare personages op.
In tha club Nadat ze hebben ingedronken met punch 3.0 (wodka met tropische vruchtjes uit blik) staan Aya, Venus en Bo in de rij voor de club, in hun over thé top modieuze outfits. Het motto is ‘zien en gezien worden’ en anderen laten denken: wat heeft zij een leuk leven! Aya’s verschijning doet denken aan Lady Gaga, het zingende stijlicoon van 2010. Deze vergelijking blijkt helemaal raak wanneer later op de avond Aya een sexy ‘I want you back’-popliedje met techno-invloeden zingt.
Op de (dans)vloer zijn ze omringd door levensgrote kartonboard-versies van beroemdheden en iconen zoals de Marlboro-cowboy, het Michelin-mannetje en Rihanna. Zij spelen de rol van de anderen, de menigte, de rest van de mensen in de club, de trendsettende jetset. Ook zijn er vermomde verwijzingen naar het konijn met de klok uit Alice in Wonderland. Een interessant ingrediënt, gezien het onderwerp van het nachtleven, waar droom en nachtmerrie, fantasieën en angsten het menselijk brein overheersen.
In de voorstelling zitten veel spotternijen met onze Westerse televisiecultuur verwerkt. Lingo-ballen die over de vloer stuiteren, flarden van een programma dat op zoek is naar ‘De Volgende’ en een fantastische parodie op de eliminatierondes van Hollands (en Amerika’s) Next Topmodel. Het resulteert in een hilarische mengelmoes van spelletjes en spelshows waarin – hoe toepasselijk – het raden van iemands identiteit centraal staat (denk aan: ‘Wie van de drie’ en ‘Wie ben ik?’). Is uitgaan dan misschien ook zo’n spelletje?
Grappig, herkenbaar en grappig In hoog tempo trekken de stuk voor stuk grappige, bizarre taferelen voorbij aan het publiek, maar ook aan de personages. Zij bevinden zich weliswaar samen op de dansvloer, bij de wc’s of in de rookruimte, maar gaan tegelijkertijd helemaal op in hun eigen navelstaarderige wereldjes. Een drietal individuen in een paradoxale zoektocht naar gezamenlijkheid en een identiteit die ze ook weer onderscheidt van de anderen. Zo worstelt Bo met de achterliggende boodschap van zijn kunstwerken, zit Aya in de knoop met haar alterego Alice en vraagt Venus zich af waarom ze naar China wil als studietussenjaar.
Erg knnap hoe het herkenbare wordt geparodieerd zonder clichématig te worden en hoe clichés op een originele manier in de thematiek passen. De humor in Bervoets’ dialogen en monologen komt volledig tot z’n recht in de speelse regie van Thomas Schoots. In de tekst zijn Bervoets’ stijl en verwante thema’s te ontdekken uit haar romandebuut Of hoe waarom. Zowel de toneeltekst als de opvoering ervan door Firma MES smaakt naar meer.
Geschreven door Claire Goossens - Cultuurbewust.nl
Dronken dames op de wc
26 -05 – 2010
ROES is weer een toneelstuk over twintigers. Gespeeld door het Haagse gezelschap Firma Mes en geschreven door Volkskrant-columniste Hanna Bervoets, pretendeert het niet -in tegenstelling tot een stuk als Late Avond Idealen- een afgebakende definitie over deze generatie paraat te hebben. Het gaat over uitgaan, onzingesprekken, keuzes, tijd en spijt en geeft daarmee misschien wel een beter antwoord op de vraag: wie zijn die twintigers in godsnaam?
Voorstellingen over de huidige generatie twintigers, het lijkt een trend te worden in theaterland. Een paar weken geleden zag ik Late Avond Idealen van De Vogelfabriek, waar ik hier verslag van deed. Geen onverdeeld succes, met als belangrijkste reden toch wel dat ik me, als heuse twintiger, geen moment aangesproken voelde door wat er op het podium te zien was. Maar theatertrends zijn soms net zo hardnekkig als UGG’s en zo ging op 18 mei de voorstelling ROES in première. Gelukkig niet nog meer van hetzelfde maar een voorstelling die over jou (ja, jij!) en je vrienden blijkt te gaan.
Dansvloeren, dames-wc’s, rookruimtes ROES wordt gespeeld door Firma Mes, een jong Haags theatergezelschap dat bestaat uit drie spelers en een regisseur, allen afkomstig van de Toneelacademie Maastricht. Het stuk is geschreven door Hanna Bervoets, die vorig jaar debuteerde met de roman Of Hoe Waarom en nu een wekelijkse column heeft in het Volkskrant Magazine. Een heleboel jonge mensen bij elkaar dus, die een voorstelling maakten waarin drie twintigers (daar zijn ze weer) worden gevolgd tijdens een uitgaansavond. Hanna Bervoets mag dan ook wel expert op uitgaansgebied genoemd worden: zo schreef ze eerder voor NL20 over het uitgaansleven in Amsterdam en ook in haar columns en artikelen in het Volkskrant Magazine wordt vaak verslag gedaan vanaf dansvloeren, dames-wc’s en rookruimtes. Maar een toneeltekst schrijven is uiteraard iets heel anders dan een roman of een column schrijven, hoe zou dat Hanna bevallen zijn? Zoveel jonge toneelschrijvers hebben we immers ook weer niet, dus nieuwe aanwas kunnen we wel gebruiken. Bovendien vroeg ik me af of deze voorstelling net als Late Avond Idealen weer een poging zou zijn om de twintiger van nu te definiëren en vooral of ik het met deze definitie wel eens zou zijn.
Dus belde ik met Hanna en kwam erachter dat ze verfrissend weinig oordelen en meningen heeft. “Ik wil helemaal niets zeggen met m’n werk en schrijf ook nooit vanuit een bepaalde mening. Ik focus liever op de personages waar ik over schrijf.” De reden dat ze nu een toneelstuk heeft geschreven was simpelweg dat ze daarvoor gevraagd werd en, zoals het een twintiger betaamd, geen keuzes kan maken. Ze doet wat er op haar pad komt en een stuk schrijven leek leuk omdat het iets was wat ze nog nooit gedaan had. Firma Mes benaderde haar naar aanleiding van een artikel dat ze in 2008 voor de Volkskrant had geschreven over uitgaan in Amsterdam. De enige eisen die de Firma stelde aan het stuk was dat het een avond moest beslaan en gespeeld moest kunnen worden door drie acteurs. Omdat Hanna vaak in dialogen schrijft was de overgang naar de vorm van een toneeltekst niet enorm. Haar vertrouwen in wat de makers van Firma Mes met haar stuk zouden doen was groot, wat blijkt uit het feit dat ze niet bij de première was vanwege een reis door Azië.
Een strijd tegen de spijt Ik was wel bij de première in Den Haag en had in de trein een uur de tijd om na te denken over Hanna’s beschrijving van ROES: “Ik omschrijf het zelf altijd als Alice in Wonderland meets M.U.L.T.I.S.E.X.I. meets David Lynch on acid.” Met zo’n slogan heb je eigenlijk geen publiciteitstekstjes meer nodig. Maar hoe was de voorstelling? Drie personages zijn op weg naar een feest, raken op dat feest aangekomen de grip op de realiteit kwijt en verdwijnen in een soort ‘Wonderland’ met behulp van rode paddenstoelen met witte stippen. In hun afzonderlijke tripjes door dat Wonderland leren we ze beter kennen, Bo heeft helemaal niet zo’n succes gehad met z’n laatste expo als hij de anderen wil doen geloven, Aya zit in een identiteitscrisis en Venus weet niet wat ze met zichzelf en haar leven aan moet. Geen wereldschokkende problemen, maar wel herkenbaar. Tijdens de tripjes speelt de tijd ook een grote rol, de personages krijgen omstebeurt een grote wekker omgehangen die we meedogenloos de minuten horen wegtikken. Inderdaad, voor de oplettende kijker een verwijzing naar Alice in Wonderland. In de tekst gaat het een paar keer over de strijd tegen de tijd, die eigenlijk een strijd tegen de spijt is. Spijt van verkeerde keuzes of niet gemaakte keuzes. Het verlammende idee dat je alles uit jezelf en anderen moet zien te halen voor het te laat is en dat elke keuze ook een beslissing is om iets niet te doen.
Terugdenken aan je eigen onzingesprekken Ondanks het feit dat ROES helemaal niet pretendeert een beeld te willen geven van de huidige generatie twintigers, heb ik wel het idee dat de voorstelling ons verder helpt in het nadenken over wat twintigers van nu gemeen hebben. Om nog even terug te komen op Late Avond Idealen: deze voorstelling trapte met een hoop uiterlijk vertoon massa’s open deuren in en was vooral bezig met het bevestigen van vooroordelen over twintigers, waardoor ik het idee kreeg dat deze voorstelling helemaal niet voor twintigers bedoeld was, maar juist voor mensen van andere generaties. Zodat er vooral gezegd kon worden dat we lui zijn en geen idealen of doorzettingsvermogen hebben. ROES houdt het allemaal wat kleiner en toont de dingen zoals ze zijn: de momenten waarop het gezellig moet zijn maar het niet is, gesprekken op de dansvloer die nooit ergens over gaan en vooral de onophoudelijke stroom vragen en twijfels die iedereen rondzeult.
ROES geeft geen antwoorden, Hanna Bervoets en Firma Mes pretenderen die ook helemaal niet te hebben. Dat maakt ROES tot een sympathieke poging om een stukje realiteit in het theater te vangen, waar je vervolgens als kijker zelf nog iets mee moet. Terugdenken aan al die momenten dat je zelf nietszeggende gesprekken had op de dansvloer of blij was dat je met je dronken kop veilig het toilethokje had bereikt. Of bedenken hoe jij of de mensen die je kent lijken op de drie personages die ROES toont. In de trein terug had ik in ieder geval genoeg stof tot nadenken over die verrekte twintigers en wat ons tot generatie maakt. We willen niet moeilijk doen, maar we zijn het wel. We hebben wel ambities, maar doen er lacherig over. We zouden keuzes moeten maken, maar we doen het niet, omdat het eigenlijk ook niet meer nodig is. Die dubbelheid lijkt bij ons te horen, we zitten altijd ergens tussenin. Geen wonder dat het lastig is om ons te begrijpen en zelf hebben we het antwoord ook niet. Maar uiteindelijk zijn twintigers eigenlijk net mensen.
De “twintigerstrend” in het theater zet overigens door, Het Toneel Speelt brengt volgend seizoen de voorstelling Expats die ze zelf omschrijven als: “Een komedie over de generatie die opgroeide met Kinderen voor Kinderen en The A-Team, de jeugd van de jaren ’80 die meer dan alle generaties voor hen weet van wat er in de wereld aan de hand is maar die de verantwoordelijkheid niet lijkt te nemen.” Dat klinkt als voer voor verhitte discussies, ik verheug me alvast.
Je kunt ROES nog van 15 t/m 19 juni gaan zien in Theater aan het Spui in Den Haag.
Geschreven door Rosanne Thesing - Hard//Hoofd
ROES: rozig – grappig – geslaagd
20-05-2010
Aya, Bo en Venus hebben het geweldig en laten dat graag zien. Daar draait het voor hen om in het nu. De één hangt rond in Berlijn, de anderen maken muziek en hebben reisplannen. Roes is één lange nacht, waarin de drie een glimp laten zien van hun echte leven.
In pijnlijk herkenbare en zogenaamd diepgaande gesprekken (van het kaliber ‘maar wie ben ik nou echt’) worden de zware dilemma’s van de hedendaagse twintiger uiteengezet. Je moet goed opletten, want het tempo ligt hoog. Daar krijg je wel flitsende dansmoves voor terug, en een reis door de tijd, van Lingo tot Tyra ‘Je. Bent. Misschien. De. Volgende’ Banks voor terug. Het jonge Haagse theatergezelschap Firma Mes heeft het er allemaal ingestopt.
Doutzen meets Peter André Ook de kijker doet indirect mee; de spelers kijken regelmatig recht in de ogen van het publiek. Is dit interactief theater? Dat niet; je kunt gewoon blijven zitten. En wees gerust: je bent niet alleen. Het toneel staat vol met levensgrote afbeeldingen van bekende wereldburgers. Peter André, onze eigen Doutzen Kroes en Johnny Bravo maken in de rozige staat van de avond ook deel uit van het verhaal.
Trippen met Hanna Bervoets Zelfs de schrijfster van de teksten, Hanna Bervoets, staat in megaversie op het toneel. Die naam heb je vast vaker gehoord. Ze schrijft namelijk wekelijks in Volkskrant Magazine, werkte mee aan CJP Magazine en debuteerde vorig jaar als schrijfster met haar roman Of hoe waarom. Ook met schrijven voor toneel weet ze wel raad, want de teksten zijn zonder meer hilarisch. Al raak je af en toe de draad even kwijt: de drie hoofdrolspeelsters veranderen erg vaak van gedaante en dwalen af in hun gedachten. Was het een LSD-trip of echt? Lastig. Hoewel, twintigers met een quarter life crisis zien daar waarschijnlijk de diepere boodschap wel van in.
Geschreven door CJP - CJP
Hippe twintigers in hun ROES
Uitbundig spel in toneelstuk van Hanna Bervoets
20-05-2010
Op het podium in het Haagse Theater aan het Spui staan onder andere Doutzen Kroes, Jeroen Pauw, David Lynch, Johnny Bravo en Jessica Rabbit. Althans, als levensgrote kartonnen knipplaten. Deze en een hoop andere populaire cultuurfiguren moeten de belevingswereld voorstellen van personages Aya, Bo en Venus, drie stijlvolle twintigers in het door Hanna Bervoets geschreven toneelstuk Roes. Dit wordt op uitbundige wijze gespeeld door het jonge theatergroepje Firma Mes, bestaande uit acteurs Roos Eijmers, Lindertje Mans en Daan van Dijsseldonk en regisseur Thomas Schoots. Maar een hoop leuke regievondsten en een knetterende electro-soundtrack ten spijt, heeft deze roes net iets teveel weg van een middelmatige trip. Het begint als het hippe drietal in hoekige outfits, die zo in een videoclip van Lady Gaga hadden gekund, hun twintigersdip staat te verdrinken in een kille club. De punch heeft een onheilspellend chemisch kleurtje en al snel belanden ze in een allengs weirder wordende roes, waarvan de droombeelden met veel gevoel voor show worden geënsceneerd. Maar wat de groep hiermee nu precies wil zeggen, blijft vaag. Geen enkele aanzet tot een verhaallijn wordt doorgezet. Er is een vermoedelijk liefdesleven tussen Aya en Bo. Er wordt gesuggereerd dat Bo het succesverhaal van zijn expositie in Berlijn bij elkaar heeft gelogen. En het is eveneens zeer de vraag of we de zangcarrière van Venus serieus moeten nemen.
Geinig zijn een persiflage op de eliminatierondes in het tv-programma America’s Next Top Model en een nineties eurotrash hitje met robotdansjes. Zo verwijst Bervoets voortdurend naar de popcultuur waarvan deze twintigers doordrenkt zijn. Maar waar Roes het vooral van moet hebben, is het enthousiasme van de spelers. Die zijn op hun best in de schaarse momenten dat ze direct contact mogen maken met het publiek. Bijvoorbeeld als Mans al dansend ene Wil op de tweede rij probeert te verleiden, of als Eijmers minutenlang stoïcijns het nietzeggende Gaga-mantra het publiek in mag zingen: ‘rah-rah-ah-ah-ah roma-roma-ma-ah ga-ga-ooh-la-la’.
Geschreven door Vincent Kouters - Volkskrant